Onverzadigde vetten en huid- en vachtproblemen

Huidklachten
Huidproblemen vormen één van de lastigste klachten om te behandelen bij een dier. De grote variëteit aan mogelijke oorzaken maakt het vaak moeilijk een duidelijke diagnose te stellen, maar ook het kiezen van een passende therapie bij een diagnose is niet gemakkelijk. Voor veel huidaandoeningen bestaan geen pasklare oplossingen. Ook de verschijningsvormen van huidklachten zijn zeer divers, variërend van lokale oppervlakkige pyodermieën met pustelae en papulae tot ernstige diepe pyodermieën over het gehele lichaam. Allergieën vormen een belangrijke veroorzaker van huid- en vachtproblemen. Onderzoek heeft aangetoond dat visolie, en dan met name de EPA verkregen uit deze olie, een gunstig effect heeft op zowel allergieën als direct op de conditie van de huid.

Allergie of Atopie?
Bij een allergie maakt het lichaam antistoffen aan tegen allergenen waarbij dat eigenlijk niet zou moeten. In een gezond dierenlichaam worden deze antistoffen alleen aangemaakt tegen ziekmakende indringers, maar een allergisch lichaam maakt dezelfde antistoffen aan tegen, bijvoorbeeld, bepaalde eiwitten uit de voeding (voedingsallergie), materialen die in contact komen met de huid (contactallergie zoals vlooienallergie waar allergie ontstaat tegen een eiwit in het speeksel van de vlo) of ingeademde stoffen (bijv. huisstof). Wanneer een dier allergisch reageert op omgevingsstoffen, zoals stuifmeel, pollen of mijt, dan spreken we van atopie. Allergie of atopie zijn vaak moeilijk vast te stellen en als het wordt vastgesteld is de behandeling ervan vaak even lastig. Gekozen wordt vaak voor:

  1. Vermijden van het allergeen, bijvoorbeeld door bepaalde eiwitten in de voeding of bepaalde materialen waar een dier allergisch voor is te vermijden. Voor contact- en voedingsallergieën werkt het vermijden van het ziekmakende allergeen vaak goed. Bij andere vormen van allergie of atopie is het vermijden van het betreffende allergeen lastiger, denk hierbij aan allergie voor huisstofmijt, vlooien of pollen.
  2. Desensibilisatie: het injecteren van het allergeen in het dier om zo het lichaam minder gevoelig te maken voor dit allergeen. Dit heeft in 70% van de gevallen kans op positief resultaat.
  3. Inzet van corticosteroïden of cyclosporinen. Deze hebben echter op lange termijn een zeer schadelijke uitwerking op het gehele lichaam. In sommige zeer heftige, acute gevallen kunnen dergelijke medicijnen uitkomst bieden, zij het op korte termijn en enkel om een aandoening snel draagbaar te maken voor het dier. Wanneer cortico’s echter blijvend worden gegeven, als ‘onderhoudsmiddel’ bij telkens terugkerende jeuk richten ze schade aan in het lichaam (bijvoorbeeld aan de nieren) en verstoren ze de bloedsuikerspiegel, de weerstand en de hormoonhuishouding. Ook lossen corticosteroïden het probleem niet op, ze reduceren alleen de klachten door ontstekingsmediatoren te blokkeren. Wanneer gestopt wordt met het geven van cortico’s keren de klachten veelal weer terug.
  4. Toedienen van hoge concentratie omega 3. Hoe dat werkt? Dat leest u hieronder!

Onverzadigde vetten en huidproblemen?
In de humane geneeskunde wordt steeds meer bekend over de gunstige effecten van onverzadigde vetzuren, en dan met name omega 3, op de huid. Dit klinkt mooi, maar wat doen deze ‘goede vetten’ dan?

Meervoudig onverzadigde vetzuren zijn noodzakelijk voor het lichaam. De meest belangrijke zijn omega 3 en omega 6. De termen ‘3’ en ‘6’ hebben betrekking op de plaats van de eerste dubbele binding in de vetzuurketen. Omega 3, de alfa-linoleenzuurgroep, wordt primair gewonnen uit vette vis. De voorloper van deze molecuul komt ook voor in bepaalde planten zoals lijnzaad en kan wel in het lichaam worden omgezet tot het werkzame omega 3 maar dit gaat gepaard met een verliesfactor van 90%. Omega 3 verkregen uit vis heeft deze hoge verliesfactor niet.

De belangrijkste soorten omega 3 zijn EPA , DHA en ETA. Bij omzetting van EPA worden de eicosanoïden van het type 3 en 5 aangemaakt, welke een anti-inflammatoire werking hebben. Waar verzadigde vetten en transvetten rechte, onbuigzame vetzuurketens zijn, hebben meervoudig onverzadigde vetten een of meer krommingen in hun keten en zijn ze flexibel. Dit heeft tot gevolg dat ze letterlijk meer plaats innemen in de cel, waardoor het celmembraan wordt opgerekt en versoepeld. Doordat de celmembranen soepel worden, verbetert de barrièrefunctie van de huid. De vrijgekomen EPA uit omega 3 zorgt ervoor dat vocht beter wordt vastgehouden waardoor de huid minder snel uitdroogt. Hiernaast hebben onverzadigde vetzuren een directe uitwerking op het immuunsysteem. Ze doen dit door remming van het complementaire immuunsysteem Th2 en door activering van Th1. Door het stimuleren van de Th1 helpercellen wordt de activiteit van de macrofagen gestimuleerd en door de remming van de Th2 helpercellen wordt er, door de beïnvloeding van de B-cellen, minder IgE gevormd wat leidt tot een vermindering van allergische reacties. IgE speelt een belangrijke rol bij atopische dermatitis.

Bij celdood als gevolg van het natuurlijk afsterven van cellen, van lokale letsels (bijvoorbeeld door krabben) en van lokale ontstekingsprocessen (huidontsteking) komen deze celwanden vrij en worden ze afgebroken tot afvalstoffen die weinig tot niet irriterend zijn. Dit in tegenstelling tot de afvalstoffen van “gewone” cellen met een hoog gehalte aan omega 6. Deze worden afgebroken tot arachidonzuur, wat aanleiding geeft tot het ontstaan van ontstekingsbevorderende stoffen zoals de prostaglandines type 2 en 4.

Omega 6, de linolzuurgroep, wordt voornamelijk gewonnen uit plantaardige olie en –vetten en heeft eveneens een ontstekingsremmende werking. Tenminste, als het in de juiste verhouding met omega 3 wordt aangeboden. Beide vetzuren maken voor hun omzetting in gunstige stoffen namelijk gebruik van een aantal dezelfde enzymen. Het enzym delta-6 desaturase is zowel verantwoordelijk voor de omzetting van linolzuur (omega 6) in DGLA, als voor de omzetting van ALA (omega 3) naar het ontstekingsremmende EPA. Wanneer te weinig omega 3 of teveel omega 6 wordt aangeboden resulteert dit in onvoldoende enzymwerking om ALA om te zetten in EPA. Daarnaast is de omzetting van ALA in EPA een proces dat, naast een onjuiste verhouding, verstoord kan worden door een groot aantal andere factoren, zoals een teveel aan verzadigde vetten, transvetzuren of juist een tekort aan bepaalde vitaminen, mineralen of andere voedingsstoffen. Wanneer teveel linolzuur wordt omgezet kan dit juist een ontstekingsbevorderend effect hebben. Omega 6 komt in zeer grote hoeveelheden voor in dierenvoeding omdat de bron zaden, groenten en granen, ruim aanwezig zijn in deze voeding.